Locatie

The Solar Future conferentie vindt plaats in het Mediaplaza-complex in Utrecht.

Mediaplaza vormt de ideale omgeving voor een succesvol evenement. Dit nieuwe, zintuig-prikkelende complex wordt gekenmerkt door haar strakke architectuur en lichte interieur. Mediaplaza is voorzien van de nieuwste technieken en innovatieve faciliteiten:

- Interactief communiceren met notebooks en sms
- Fantastische ledverlichting door het hele gebouw
- Daglicht dat door het transparante dak schijnt
- Interactieve vloeren met geprojecteerde beelden
- Diverse foyers en sessiezalen voor 6 tot 600 personen.

The Solar Future nieuws

Nieuws en updates over de conferentie, programma, sprekers en de zonne-energie markt.

donderdag
apr292010

Welstandscommissie gaat voortaan over zonnepanelen op gevels en muren

DEN HAAG (Energeia) - Zonnepanelen en -collectoren mogen niet langer zomaar aan gevels worden gehangen. Dat blijkt uit de Kamerbrief die minister Tineke Huizinga (Vrom, Christenunie) stuurde in antwoord op vragen van Kamerlid Paulus Jansen (SP). Zonnepanelen en -collectoren mochten zonder vergunning worden geplaatst op gevels, muren en daken van huizen. Met het ontwerpbesluit Omgevingsrecht, dat volgens plan op 1 juli 2010 in werking treedt, komt daar een einde aan. Dan mogen zonnepanelen en -collectoren alleen nog zonder toestemming op het dak van een woning worden geplaatst, en dus niet meer aan de gevel. De reden: ruimtelijke kwaliteit.

Panelen op gevels mogen nog wel, aldus de minister, maar nu alleen nog met vergunning. Dat betekent dat de plaatsing moet worden getoetst aan de lokale welstandsnota, de eisen die gemeente stelt aan het uiterlijk van de huizen, en aan de veiligheidseisen uit het Bouwbesluit van 2003. De reden om elke vergunning apart te toetsen en geen algemene voorwaarden te stellen waarbinnen zonder vergunning mag worden geplaatst is, volgens de brief: "Voor plaatsing aan gevels is het stellen van generieke randvoorwaarden voor een aanvaardbare architectonische inpassing een stuk lastiger, zo niet onmogelijk."

De nieuwe beperkingen zouden niet tot een zonne-energetisch knelpunt moeten leiden, denkt de minister: "Bij plaatsing op daken is het rendement in het algemeen het hoogst." Voor de goede orde licht woordvoerder Jan-Jaap Eijkelboom van Vrom nog toe: een gevel is aan de zijkant van een huis en een dak aan de bovenkant. Lopen de dakpannen met een bocht door over de zijkant van het huis, dan is het dus een gevel. "Zo simpel is het."

Bron: Energeia

dinsdag
apr202010

Nederland dreigt boot te missen bij zonne-energie

 

Topsprekers belichten toekomst tijdens The Solar Future II in Utrecht



ROTTERDAM/UTRECHT – Terwijl in andere Europese landen steeds meer stroom uit zonne-energie wordt geproduceerd, voor vele duizenden Megawatt aan zonnepanelen wordt geïnstalleerd en gespecialiseerde bedrijven zich opmaken voor een sterke groei van de zonne-energiemarkt, dreigt Nederland achterop te raken en de boot bij deze vorm van duurzame energie te gaan missen.

In Duitsland werd vorig jaar voor 3800 Megawatt aan zonnepanelen geplaatst, tegen minder dan 10 Megawatt in Nederland. Zelfs België was met 220 Megawatt aan nieuwe zonne-energievermogen zijn noorderburen veruit de baas. In die landen krijgen eigenaren van zonnepanelen subsidie voor de elektriciteit die ze aan het net leveren. Nederland subsidieert het verschil in kostprijs en dreigt ook die minder succesvolle regeling af te schaffen. Andere Europese landen als Engeland, Frankrijk en Italië hebben eenzelfde regeling als Duitsland. Daarmee zou Nederland een van de weinige landen worden waar de toepassing van zonne-energie niet wordt ondersteund.
Welke kansen Nederland laat liggen, welke mogelijkheden er zijn om zonnepanelen te integreren in nieuwbouwprojecten en hoe lang het nog duurt voordat zonne-energie zonder subsidie kan concurreren met stroom uit het net komt donderdag 22 april aan de orde tijdens The Solar Future II in het Mediaplaza-complex in Utrecht.
Op deze tweede grote zonne-energieconferentie die Solarplaza in Nederland organiseert spreken onder anderen Ruud Lubbers, Professor Wim Sinke, ex-PvdA-minister Jacqueline Cramer en diverse andere deskundigen en topmensen uit het bedrijfsleven. Nu al hebben zich bijna tweehonderd deelnemers aangemeld. Dagvoorzitter is radio- en televisiepresentator Felix Meurders.

Volgens CEO Edwin Koot van Solarplaza is de afgelopen jaren in Duitsland een miljardenindustrie met 15.000 bedrijven rond zonne-energie ontstaan. Nederland kan in zijn ogen eenzelfde succes behalen als ze net als Duitsland elektriciteit die zonnepanelen aan het net leveren gaat subsidiëren. Die subsidies worden elk jaar lager en prikkelen bedrijven te innoveren. De Duitse zonnepanelenindustrie produceert elk jaar meer zonnecellen tegen lagere kosten. ,,De grootste uitdaging is nu om zonne-energie goedkoper te produceren dan elektriciteit uit het net. Dit omslagpunt komt ook in Nederland steeds dichterbij. Over vijf jaar is het goedkoper om de elektriciteit uit een zonnepaneel van een Nederlandse dak te gebruiken dan uit een stopcontact. In Zuid-Italië, waar de zon vaker schijnt en de elektriciteit duurder is, is dit punt al binnen twee jaar bereikt,” aldus Koot.
De zonne-energiemarkt gaat de komende jaren vele banen opleveren. In 2009 zette de industrie 25 miljard om, in 2015 zal dat 50 miljard zijn. ,,Als er de komende jaren geen bloeiende Nederlandse zonne-energie ondernemingen ontstaan komen straks Duitse en Belgische bedrijven Chinese zonnepanelen op onze daken installeren,” waarschuwt Koot.

 

vrijdag
apr162010

Zonne-energie: doet Nederland mee of niet?

Samenvatting: Als Nederland zonnepanelen nu niet subsidieert, kan ondernemend Nederland straks niet meedoen op de wereldmarkt.

In de afgelopen tien jaar voltrok zich in Duitland een duurzaam Wirtschaftswunder: er ontstond een duurzame miljardenindustrie en bijna twintig procent van de Duitse elektriciteit komt nu van windturbines, zonnepanelen en andere duurzame bronnen. Bovendien werden windturbines en zonnepanelen, dankzij de grote productievolumes, ieder jaar goedkoper.

Dit kreeg de regering voor elkaar door een even eenvoudige als doeltreffende maatregel: sinds 2000 krijgt iedere Duitser, die een zonnepaneel of een windmolen plaatst, subsidie  voor de elektriciteit die hij aan het net levert. Terwijl de meeste andere Europese landen in de afgelopen jaren een vergelijkbare regeling optuigden, koos de Nederlandse regering voor een behoudendere subsidieregeling: de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE). De SDE , in 2008 ingevoerd door Minister van Economische Zaken Maria van der Hoeven, werd vorige week door dezelfde minister afgeserveerd in een ingezonden brief in de Volkskrant. Het is nu tijd om de succesvolle Duitse regeling, net als vele andere EU-landen, één op één te kopiëren.

Wat houdt Nederland eigenlijk tegen? Een veelgehoord tegenargument is dat de zon te weinig zou  schijnen in Nederland. Dit berust op twee misverstanden: een zonnepaneel werkt alleen onder een onbewolkte hemel en er is te weinig zonlicht. Echter, een rekenmachine met zonnecellen hoeft u niet in de felle zon te leggen om hem te gebruiken. Bij benutting van daken, geluidsschermen en andere infrastructuur kan het Nederlandse elektriciteitsverbruik volledig worden gedekt met zonnepanelen, zonder weilanden vol te zetten. De grootste uitdaging is nu om die zonne-energie goedkoper dan gas of kolen om te zetten in elektriciteit.

Dit omslagpunt komt ook in Nederland steeds dichterbij. Binnen tien jaar is het goedkoper om de elektriciteit uit  een zonnepaneel van een Nederlandse dak  te gebruiken dan uit een stopcontact, ook wel grid parity genoemd.  In Zuid-Italië, waar de zon vaker schijnt en de elektriciteit duurder is, is dit punt al binnen 2 jaar bereikt.

Een tweede tegenargument, ook door Van der Hoeven van stal gehaald, is dat subsidies bedrijven lui maken. Wie subsidie krijgt, zou niet innoveren. Hiervoor heeft Duitsland een eenvoudige oplossing: de subsidies worden ieder jaar lager. De Duitse zonnepanelenindustrie, die ieder jaar meer cellen tegen lagere kosten produceert, is moeilijk lui te noemen. De traditionele energiebedrijven, die niet hoeven te betalen voor de vervuiling in de vorm van CO2 en andere schadelijke gassen die uit de schoorstenen van hun kolencentrales komen, zijn eerder van luiheid te betichten: te lui om hun eigen rotzooi op te ruimen.

Een laatste argument tegen subsidies is dat ze miljarden kosten en dat Nederland nu juist moet bezuinigen. De Duitse regeling drukt echter niet op de overheidsbegroting, maar wordt doorberekend in de elektriciteitsrekening.  Betalen de Duitsers zich dan blauw aan de groene ambities van hun regering? In tegendeel, want wanneer we de elektriciteitsrekeningen van een gemiddeld Duits gezin in 2000 en 2009 naast elkaar leggen, dan blijkt het volgende: de rekening steeg met dertig euro ten gevolge van de groene energieheffing. In dezelfde periode steeg de elektriciteitsrekening met driehonderd euro ten gevolge van de stijging van de prijs van fossiele brandstoffen en belastingen. De schaarser wordende fossiele brandstoffen zorgden dus voor een tien keer zo grote prijsstijging.

Natuurlijk gaan er zo via de elektriciteitsrekeningen miljarden naar de zonne-energie-industrie, maar dit is een investering, die direct vele banen oplevert en in de toekomst vele malen meer geld gaat opleveren. Dit is dan ook het sterkste argument om ook in Nederland een dergelijke regeling in te voeren.

Zonnepanelen hebben nog slechts enkele jaren subsidie nodig. Net als alle apparaten die met massaproductie wordt gemaakt, worden zonnepanelen namelijk steeds goedkoper. De eerste CD-speler kostte 5.000 euro. Vandaag koop je een CD-speler voor een paar tientjes. En zo zal het over enkele jaren goedkoper zijn om zelf zonnestroom op je dak te produceren dan elektriciteit van het energiebedrijf te kopen. Vanaf dat moment gaat de zonne-energie markt, zonder subsidie, exploderen.

Nederlandse ondernemers moeten klaar zijn voor die miljarden markt. Hiermee kom ik op belangrijkste argument voor een subsidie naar Duits model is: het creëert een thuismarkt en stimuleert daarmee innovatie, ondernemerschap en creëert banen. Een groeiende thuismarkt geeft ondernemers de kans om een goede concurrentiepositie op te bouwen om op de wereldmarkt te concurreren. Een groeiende thuismarkt is een cruciale voedingsbodem voor internationaal ondernemerschap. Gerard Philips begon in 1891 immer ook geen gloeilampenfabriek voor de buitenlandse markt.  Albert Heijn opende zijn eerste filiaal ook niet in de Verenigde Staten.

Jonge ondernemers staan te trappelen om de markt voor zonne-energie in te stappen, bijvoorbeeld als ontwerper van architectonisch verantwoorde zonnepanelen, als efficiënte installateur of als slimme financier.  Deze ondernemers hebben nu nog slechts een paar jaar steun in de rug nodig, net als hun concurrenten in bijna alle Europese landen krijgen.

Ten slotte heeft de Nederlandse regering het doel gesteld om in 2020 twintig procent van onze volledige energievoorziening – de optelsom van elektriciteit, gas en benzine en alle andere bronnen – duurzaam op te wekken. Op dit moment is dit drie procent. De subsidieregeling levert de broodnodige impuls om deze twintig procent te halen. Zonder (tijdelijke) subsidies gaat dit niet lukken.

De markt voor zonne-energie wordt ook zonder Nederlandse subsidies een miljardenmarkt. In 2009 ging er 25 miljard euro in om en volgens experts groeit de markt naar ruim 50 miljard euro in 2015.  Als er de komende jaren geen bloeiende zonne-energie ondernemingen ontstaan (Duitsland heeft er 15.000) komen straks, wanneer zonne-energie zonder subsidie kan, Duitse en Belgische bedrijven Chinese zonnepanelen op onze daken installeren. Mocht over tien jaar misschien de Sahara vol worden gezet, dan worden Nederlandse ondernemers niet gevraagd, omdat ze niet voldoende ervaring en omvang hebben.

De vraag waar het kabinet Balkenende V of Cohen I deze zomer voor staat is: laat het Nederlandse bedrijven meedoen of niet? Heel  Europa subsidieert naar Duits model. In heel Europa bloeien ondernemingen in zonne-energie. De vraag aan Nederland is: Are you in or out?

Edwin Koot, CEO Solarplaza, is internationaal zonne-energie expert.

donderdag
apr012010

Flanders leading the way in Belgium with photovoltaics

Peter J. Segaar / www.polderpv.nl, Leiden (The Netherlands), March 2010.

In February 2010, Flemish (Belgian) PV market grew by almost 220 MWp to an accumulated capacity of 312 MWp. Netherlands-based Polder PV screened in detail the world’s 6th market as of 2009.


During the night of March 10/11, the four, long-awaited, new pdf documents suddenly appeared, seemingly having updated automatically on the website of the Flemish energy market regulator VREG. These documents are the key to ongoing research by Dutch analyst Polder PV (The Netherlands) into this rapidly growing solar market, representing the situation in 2009 for 90% of the whole of Belgium(which consists of the Flemish Region, the Walloon Region, and the Brussels Capital Region). 

The Dutch speaking (Flemish) northern part of Belgium, Flanders (in Dutch: “Vlaanderen”), with a population of approximately 6.2 million (excluding the Flemish population in the capital, Brussels, which is administered separately), has shown strong growth in its appetite for photovoltaics since the region’s government initiated its extremely appealing package deal in 2006. This consists of a combination of 45 eurocents/kWh in green certificates that can be easily exchanged with the local net manager for private market net metering up to an annual balance of zero and a maximum installation size of 10 kWp together with tax incentives. The latter have even been temporarily improved under the terms of a “crisis” package. These can be seen as a bonus on top of what is already a lucrative incentive regime.

 
Graph adapted from data for the Belgium statistics page on www.polderpv.nl,
showing the annual and monthly accumulation of grid-connected PV capacity for
Flanders alone. The end of December 2009 value interpolation is 263.4 MWp on the
basis of data provided by VREG (the report for 2009 is not yet available).
At the end of February 2010, the accumulation already reached was 312.4 MWp.
All illustrations: Flanders data from VREG; graphs made by Polder PV.



The results of the combined incentives were staggering. Specifically, this was because of the apparent effectiveness of mouth-to-mouth advertising in this small country, and the information campaign on renewables conducted by various organizations also seems to have been highly successful (accurate information presented with clarity and in a stimulating way). Alongside high interest from the press and a growing installation sector, PV modules quickly became a “normal” element in many Flemish streets and were even awarded the title of “product of the year 2009” by readers of the newspaper “De Standaard.” The administrators in the small VREG office were soon overwhelmed by the rapidly growing market, and it was not long before a large number of industrial roof size projects were also added to this. Many of these were of considerable size, ranging from a few dozen up to a few hundred kWp per installation. Some large free field installations appeared, culminating in the largest installation of all in Heusden-Zolder with a capacity of 4,704 MWp. Even installers from the world market of Germany and from the Netherlands were attracted to get much of the work done. Growth in 2009 was so intense that VREG was unable to produce an update report for each month. Nevertheless, it was possible to monitor market growth in Flanders at a high level of detail–albeit with an occasional time lag of (at most) two months–and this growth has been published and repeatedly updated on the Polder PV website.

 
Annual growth of the Flanders grid-connected market for the period 2004-2009.
Annual market growth has increased significantly since the start of the feed-in regime in 2006, particularly in 2009.


The Flemish market to date
In 2009, the market grew from approximately 204 MWp to an accumulation of over 263 MWp by the end of the December of that year. The average monthly growth percentage was in the double-digit range (approx. 15% average in relation to capacity added). New PV-systems installed amounted to approx. 41,500: nearly 3,500 a month with an end-of-year accumulation of more than 52,000 PV systems. At the end of 2009, average system size was approximately 4.9 kWp (including all larger installations).

Thanks to the new monthly reports produced by VREG containing updated figures for the end of February 2010, PV accumulation was already amounting to 312.4 MWp of nominal capacity, thus signaling once again growth of approximately 24.5 MWp a month in the 2010. An important footnote to this is that a legally defined transition period has been in force up until the end of February 2010 whereby full updates and approvals under the former 45 eurocents/kWh regime applied to installations with modules already on roofs as of December 31, 2009, but still lacking an inverter (as they were hard to obtain in that period). For twenty years as of January 1, 2010, all new installations will “only” receive 35 eurocents/kWh (certificate value). Nevertheless, with this combination of incentives together with major discounts in module prices, Flanders remains an extremely attractive PV market. As of now, Flanders alone has already realized 50.7 Wp per capita in accumulation.

By January 2010, the accumulated capacity of PV installations in Flanders already had the largest amount of nominal power in relation to all other renewable energy alternatives. Naturally enough, this was not the case in terms of energy output (the reason being due, in part, to the frequently forgotten or ignored fact that nothing can be expected from a light harvesting energy system at night). All the same, the number of green certificates issued by the overworked VREG office has risen dramatically in just a short period of time, already amounting to 188 GWh by the end of February 2010 and with a large backlog of certificates yet to be issued.

 
Detailed analysis of the large market segment in Flanders: installations > 10 kWp.
437 installations by the end of February 2010 with a total capacity of 61.86 MWp
and a high impact on the > 100 to 500 kWp category.


The largest new PV system reported in the February 2010 update was the 770 kWp installation with multicrystalline Scheuten Solar modules at the JUMA Beton industrial hall in Lommel. To date, however, only 730 kWp have been registered by VREG for that PV-system. VREG keeps an intriguing track record for installations larger than 10 kWp. Polder PV has analyzed this in detail. The largest segment of that market is that of installation sizes between 100 and 500 kWp: 106 installations accumulated (16 new in the February 2010 report) with a total capacity of 24.6 MWp (3.4 MWp new in February 2010 update).

From these detailed data, it was possible to extrapolate details concerning the “small” market of installations up to 10 kWp: by the end of February 2010, already accumulated a total of 57,756 “small” installations with a capacity of 236.77 MWp and an average system size of 4.1 kWp, assuming that the basic VREG data used are correct (additions and corrections may be incorporated later).

Walloon Region, Brussels Capital Region, and Belgium as a whole
From data gathered by the market regulators CWAPE (Walloon Region) and BRUGEL (Brussels Capital Region), it became apparent that growth was also occurring rapidly there (different incentives, different details). In 2009, the Walloon Region may have grown by 21 MWp in 2009 to an accumulated total of 30 MWp. The Brussels Capital Region accumulated 3 MWp with 2.3 MWp of new PV systems in that year. In 2009, total market growth for the whole of Belgium may have been in the order of 227 MWp and an accumulation of 296 MWp. Other sources mention higher accumulations for the whole country: 233 MWp (BelPV) or even 275 MWp (Photon International, February 2010). However, in its market overview published on March 30, 2010, EPIA reports slightly less: 292 MWp. It is still unclear which “administrative” year will be allocated to the enormous 40 MWp Katoen Natie project at 4 different locations in Flanders (possible final realization in February 2010). It has not yet been published officially in the VREG records, and several other major projects are also absent. The huge 4.2 MWp project at the Balta Group complex in Sint-Baafs-Vijve (Enfinity installation) and the Willebroek Noord 2.6 MWp project (Solar Access installation, financed by the Dutch nuclear power plant co-owner Delta and sustainable bank ASN) cannot yet be found in the VREG statistics.

The Belgian PV market (and, within this, the Flemish PV market in particular) is anticipated to continue growing with considerable speed. In its February 2010 issue, Photon International mentioned possible growth for Belgium in 2010 of 500 MWp according to predictions made by its independent sister organization Photon Consulting in Boston. Photon International rated the small nation of Belgium as the sixth top PV market for 2009. As regards the private market, Belgium is already in second place with respect to installation numbers according to Germany’s renowned and informative PV-installation dominated European Sonnenertrag database. This records the monthly production data for 615 Belgian installations (mostly Flemish) as being good for 2.7 MWp (average size: 4,4 kWp; status as of March 30, 2010).

Edora, the Belgian sustainable energy organization, which claimed 304 MWp of photovoltaic accumulation for Belgium in 2009, predicted in a recent study that PV could reach an accumulation of 3.44 GWp in 2020 and even 16-18% of total energy consumption by all renewable resources, this being co-dependent on the success of efficiency measures and/or economic growth factors.

Detailed PV-market data from Belgium with graphs on the Dutch website Polder PV:
http://www.polderpv.nl/PV_Belgie_marktcijfers.htm

Installations registered with Europe’s largest (mostly private) photovoltaic installation database and probably also the largest of its kind in the world:
http://www.sonnenertrag.eu/eu_vergleich.php

Official website of VREG (market regulator of Flanders, Belgium):
http://www.vreg.be/nl/index.asp

maandag
mrt292010

België installeert 40 keer zoveel zonne-energie als Nederland

Conferentie belicht Nederlandse mogelijkheden voor meer zonnepanelen

 ROTTERDAM/UTRECHT – Op het gebied van zonne-energie kan Nederland een voorbeeld nemen aan België. Onze zuiderbuur installeerde in 2009 voor meer dan 220 Megawatt aan zonnepanelen en is daarmee de op zes na grootste markt voor zonne-energie ter wereld. Nederland kwam niet verder dan een schamele 6 Megawatt.

Vier jaar geleden zat België nog op nul Megawatt. Nederlandse initiatieven en projecten op het gebied van zonne-energie zullen op 22 april tijdens de conferentie ‘The Solar Future II’, in het Mediaplaza-complex in Utrecht, belicht worden door diverse sprekers en deskundigen uit binnen en buitenland.

Zo zal Ex-PvdA minister Jacqueline Cramer van VROM tijdens de conferentie ingaan op de haalbaarheid en toepassingsmogelijkheden van zonnepanelen in de gebouwde omgeving. Om Nederlandse nieuwbouwwoningen te laten voldoen aan de steeds strengere eisen van energiebesparing kan het nodig zijn dat elke nieuwbouwwoning straks standaard uitgerust wordt met zonnepanelen. Op die manier is de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC) voor woningen verder aan te scherpen.

Cramer was hoogleraar duurzaam ondernemen, milieumanagement en milieukunde aan diverse universiteiten. Als minister van VROM was Cramer nauw betrokken bij het aanscherpen van de EPC. Nu mogelijkheden voor isolatie en zuinige HR-ketels volledig benut worden in de nieuwbouw, kan de overheid door aanscherping van de EPC het netto energieverbruik van woningen met zonnepanelen sterk terugbrengen. ,,Zonnepanelen op je dak wordt een must. We praten over tienduizenden nieuwe woningen per jaar. Cramer zal  aangeven of dat haalbaar is en welke rol Nederland kan spelen in de internationale ontwikkeling van zonne-energie,” legt CEO Edwin Koot van het organiserende Solarplaza uit.

Hij verwacht dat Nederland een belangrijke rol gaat spelen in het op esthetisch verantwoorde wijze inpassen van zonnepanelen op daken en woningen. Als zonne-energie binnen enkele jaren zonder subsidie kan concurreren met stroom uit het net, zal de aandacht verschuiven naar fraaie integratie van zonnecellen in daken en dakpannen.

Mogelijke bezuinigingen op subsidie voor zonnepanelen, zoals geopperd door de ambtelijke werkgroepen van het kabinet, zouden de ontwikkeling van duurzame initiatieven in Nederland nog verder vertragen, meent Koot.

 

De conferentie heeft ook als doel een platform te bieden en een breed publiek te informeren over trends in de markt en industrie en ondernemers, investeerders, regionale overheden en andere belangstellenden te inspireren. Dagvoorzitter is radio- en televisiepresentator Felix Meurders.